
Een patrouille in moeilijk terrein heeft een gewonde, en de plek om te landen heeft niemand vooraf verkend. In de bergen bepaalt de wind veel van wat er daarna gebeurt: stijg- en daalstromingen die je vanuit de cockpit niet ziet en die sterker kunnen zijn dan het vermogen van de helikopter. Tijdens de hele nadering bleef ik inschatten hoeveel ruimte er nog overbleef om weg te komen als het slechter werd. Afbreken betekende terugkeren zonder de gewonde. Doorgaan betekende dat ik steeds meer van mijn uitwijkmogelijkheden opgaf, en alleen ik kon bepalen waar de grens lag, want de radio zweeg erover.
Ergens op kantoor vraagt een medewerkster al maanden om meer verantwoordelijkheid en een vast contract. Haar leidinggevende vindt dat gesprek belangrijk genoeg om het goed voor te bereiden. Eerst moet het budget afgestemd worden met financiën, daarna komt de eerstvolgende teamvergadering waarin het officieel besproken kan worden. Dat voelt verstandig, en niemand in dat proces doet iets verkeerd. Voor haar leidinggevende is dit nog voorbereiding, de beslissing zelf komt daarna.
Ondertussen belt een recruiter haar twee keer. De eerste keer wimpelt ze het af, de tweede keer luistert ze langer. Wanneer haar leidinggevende uiteindelijk met een voorstel naar haar toe komt, heeft ze elders getekend. “Ik had het je liever hier verteld,” zegt ze, “maar ik kon niet blijven wachten op iets dat misschien zou komen, of misschien niet.”
Voor haar leidinggevende had het wachten aangevoeld als zorgvuldigheid. Pas toen ze elders getekend had, werd duidelijk dat het wachten zelf de beslissing was geweest.