In de meeste organisaties staat netjes beschreven wie wat mag. Rollen zijn afgebakend, beslissingsbevoegdheden vastgelegd, en iedereen weet wie het mandaat heeft. Over wat die positie van je vraagt zodra een beslissing zichtbaar wordt, wordt veel minder gesproken.
Ik heb zelf een formeel mandaat gehad in situaties waarin het overleg zorgvuldig verliep en we verschillende standpunten eerlijk tegen elkaar afwogen. Toen de beslissing van de vergadertafel naar de uitvoering ging, werd het duidelijk dat het gevolg niet aan de structuur zou kleven. Het bleef hangen aan wie het mandaat had. Dat doet een mandaat, zonder dat iemand het zo zegt: het maakt je zichtbaar.
Als de uitkomst later voelbaar wordt, herinnert niemand zich nog hoe de discussie verliep. Mensen verbinden het resultaat met wie op het beslissende moment het gezag had. In directiecomités en managementteams gaat het er stiller aan toe, met hetzelfde patroon: de beslissing krijgt samen vorm, en zodra de resultaten er zijn, staat er één naam onder.
Een mandaat hebben betekent voor mij dat je achter de uitkomst gaat staan, ook als iemand achteraf vragen stelt die vooraf onmogelijk te beantwoorden waren. Achteraf weet iedereen meer dan op het moment dat jij moest kiezen.
